Vanaf maart 2026 veranderen de regels rondom certificering voor airco- en warmtepompsystemen met koudemiddelen. Installateurs krijgen te maken met nieuwe certificaten en strengere eisen voor het werken met zowel synthetische als natuurlijke koudemiddelen.
De veranderingen komen voort uit de Europese F-gassenverordening (EU) 2024/573, die de milieu-impact van koudemiddelen moet verminderen en de overstap naar koudemiddelen met een lagere GWP (Global Warming Potential) stimuleert.
Nieuwe certificaten voor koudemiddelen
De huidige F-gassen certificering wordt vervangen door een nieuw systeem met verschillende certificaten, afhankelijk van het type koudemiddel:
- A1-certificaat – voor niet-brandbare koudemiddelen (zoals veel huidige F-gassen)
- A2-certificaat – voor brandbare koudemiddelen zoals R290 (propaan)
- B-certificaat – voor systemen met ammoniak
- C-certificaat – voor systemen met CO₂
Sinds september 2025 moeten installateurs die met koudemiddelen werken beschikken over één van deze certificaten.
Overgangsregeling voor bestaande monteurs
Installateurs die al een F-gassen certificaat hebben, krijgen een overgangsperiode.
- Tot 12 maart 2029 kunnen zij hun bestaande certificaat aanvullen met aanvullende training.
- Nieuwe instromers moeten direct het volledige A1- of A2-certificaat behalen.
Daarnaast wordt hercertificering elke 7 jaar verplicht, zodat technici aantoonbaar up-to-date blijven met nieuwe technieken en veiligheidsregels.
Nieuwe eisen voor installatiebedrijven
De nieuwe regelgeving heeft niet alleen gevolgen voor monteurs, maar ook voor installatiebedrijven. Bedrijven moeten onder andere:
- hun processen en werkinstructies aanpassen
- voldoen aan de nieuwe BRL-100 v3.0
- correcte etikettering en registratie toepassen
- zorgen voor inspectie en monitoring van persoonlijke detectieapparatuur
Voor deze aanpassingen geldt een overgangsperiode tot 31 augustus 2026.
Veilig werken met natuurlijke koudemiddelen
De overstap naar natuurlijke koudemiddelen zoals R290 (propaan) brengt extra veiligheidsrisico’s met zich mee, zoals brandbaarheid en explosiegevaar. Daarom gelden strengere eisen voor onder andere:
- plaatsing van buitenunits
- minimale afstanden tot ramen, deuren en buren
- ventilatie en geschikte opstellingsruimten
- monitoring en detectie
De certificering moet garanderen dat installateurs veilig met deze koudemiddelen kunnen werken.
Wat betekent dit voor de markt?
Hoewel de overstap naar natuurlijke koudemiddelen versnelt, blijven veel bestaande installaties met synthetische koudemiddelen nog jarenlang in gebruik. In Nederland gaat het naar schatting om circa 1,2 miljoen installaties.
Onderhoud aan systemen met koudemiddelen zoals R410A blijft dus nodig. Wel wordt de hoeveelheid beschikbare F-gassen de komende jaren beperkt via een quotumregeling, waardoor prijzen waarschijnlijk stijgen.
Wat kun je als installateur nu doen?
Om op tijd klaar te zijn voor de nieuwe regels is het verstandig om nu al actie te ondernemen:
- Controleer welk certificaat (A1, A2, B of C) jouw monteurs nodig hebben
- Plan tijdig training of bijscholing
- Pas bedrijfsprocessen en documentatie aan volgens BRL-100 v3.0
- Zorg dat medewerkers vóór 31 augustus 2026 volgens de nieuwe eisen werken
Door nu te investeren in de juiste certificering en kennis, voorkom je problemen met wetgeving én ben je voorbereid op de groeiende vraag naar systemen met natuurlijke koudemiddelen.
Opmerkingen
0 opmerkingen
U moet u aanmelden om een opmerking te plaatsen.